https://www.douffetheuts.nl/vanaf-vandaag-recht-op-advocaat-meerderjarige-verdachte-bij-politieverhoor/n80c0
 
Alvorens tot de kern van dit blog te komen, allereerst even een duik in de hierbij relevante Europese regelgeving en de toepassing daarvan in Nederland. 

Vanaf vandaag: Recht op advocaat meerderjarige verdachte bij politieverhoor

Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM)

Alvorens tot de kern van dit blog te komen, allereerst even een duik in de hierbij relevante Europese regelgeving en de toepassing daarvan in Nederland. 

Het EVRM is een verdrag waarin mensen- en burgerrechten zijn vastgelegd en heeft in Nederland directe werking. Dit betekent kort gezegd dat de rechterlijke macht alle wetgeving aan de bepalingen uit het EVRM moet toetsen.

Artikel 6 van het EVRM bepaalt onder andere dat een ieder recht heeft op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn, door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij de wet is ingesteld. Ook bepaalt dit artikel dat een ieder tegen wie een vervolging is ingesteld, het recht heeft om zich zelf te verdedigen of daarbij bijstand te hebben van een raadsman. Kort gezegd heeft een ieder het recht op een eerlijk proces. Dat geldt tevens in de zogenoemde “pre-trial proceedings”, dat wil zeggen: voorafgaand aan het proces bij de rechter. 

Het doel van het EVRM en met name van artikel 6, is dat deze daarin genoemde rechten gewaarborgd zijn in Nederland en deze rechten derhalve ook daadwerkelijk geëffectueerd kunnen worden. De uitkomst daarvan is dat vanaf het moment dat er sprake is van ondervraging c.q. verhoor door de politie (het vooronderzoek), de verdachte recht heeft op bijstand door een advocaat. Let wel: dit betrof tot vandaag enkel het recht om vóór de aanvang van het verhoor een advocaat te raadplegen (consultatiebijstand). Uitzondering op deze regel was dat minderjarige verdachten ook tijdens het verhoor recht hebben op bijstand door een advocaat.

EU-Richtlijn: recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures

Reeds in 2013 is er in Brussel na lange en moeizame onderhandelingen een akkoord bereikt over het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures. Kern van de richtlijn is dat alleverdachten daar recht op hebben, zowel vóór als tijdens verhoor. Slechts in zeer specifieke gevallen mag hierop een uitzondering worden gemaakt, bijvoorbeeld in het geval dat er levens op het spel staan. Een dergelijke uitzondering dient overigens getoetst te kunnen worden door de rechter en mag het recht op verdediging niet aantasten.

De totstandkoming van deze richtlijn betekent niet dat het daarin bepaalde ook automatisch wordt uitgevoerd door de lidstaten en het beoogde resultaat direct wordt bereikt. De richtlijn dient namelijk eerst geïmplementeerd te worden: het moet omgezet worden naar nationale wetgeving.  En dat heeft nogal wat voeten in de aarde..

Besluit Hoge Raad met betrekking tot implementatie      

Na het bereiken van bovengenoemd akkoord heeft de Hoge Raad onze wetgever tot 27 november 2016 de tijd gegeven om de richtlijn te implementeren. Tot die tijd bestaat het recht op verhoorsbijstand dus feitelijk nog niet, tot groot ongenoegen van verdachten, maar ook zeker van advocaten.  

Oproer leidt tot hernieuwd besluit Hoge Raad

Omdat er vanuit de verdediging (verdachten en hun advocaten) steeds meer vragen werden gesteld over een eventuele schending van grondrechten op het moment dat geen bijstand door een advocaat tijdens het verhoor wordt geboden en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens ook al meer dan eens besliste dat dit inderdaad een schending van artikel 6 EVRM oplevert, heeft de Hoge Raad op 22 december haar eerdere besluit aangescherpt. Vanaf vandaag (1 maart 2016) dient iedere verdachte tijdens het verhoor bijstand te krijgen van een advocaat, mits hij of zij hier niet ondubbelzinnig afstand van heeft gedaan. Verdachten moeten dus voorafgaand aan een verhoor worden gewezen op dit recht, welk recht overigens geldt voor alleverhoren.

Goed nieuws, maar met haken en ogen

U kunt zich wel voorstellen dat deze wijziging - met het oog op een goede rechtsbescherming –zeer belangrijk is en daarom ook zeker goed nieuws. Niettemin zijn er bij de uitwerking en vormgeving van die bescherming ook zorgen, aldus de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA). Zo meent de NOvA dat de rol van de advocaat tijdens het verhoor te beperkt wordt uitgelegd, waardoor de rechtsbescherming alsnog niet voldoende wordt gewaarborgd.

Een voorbeeld van deze te beperkte uitleg is, dat de Richtlijn onder meer stelt dat de advocaat daadwerkelijk kan deelnemen aan het verhoor. De advocaat moet tijdens het verhoor vragen kunnen stellen, verduidelijking kunnen vragen aan de politie en verklaringen kunnen afleggen. Het Ontwerpbesluit (fase voorafgaand aan daadwerkelijke implementatie) bepaalt echter dat de advocaat slechts bevoegd is om vóór het verhoor en na het verhoor opmerkingen te maken of vragen te stellen. Hoe wij hierover denken? Wanneer wij tijdens het verhoor enkel mogen opzitten en pootjes geven, heeft u als verdachte eerlijk gezegd vrij weinig aan onze bijstand op dat moment.

Vergoeding voor advocaten

Een ander, niet minder belangrijk, punt van discussie is de vergoedingsregeling voor advocaten wanneer zij verdachten thans ook tijdens het verhoor moeten bijstaan. Het bijwonen van een dergelijk verhoor kost zeer veel tijd en is ingrijpend, niet in de laatste plaats omdat verhoren vaak op het laatste moment worden ingepland door de politie. Dat werkt uiteraard door in onze praktijk, omdat wij werkzaamheden in andere dossiers vrijwel direct moeten neerleggen en ons met gezwinde spoed moeten haasten naar het politiebureau. Verhoren duren daarnaast vaak lang en het is eerder regel dan uitzondering (met name in de grotere strafzaken) dat er dagen achter elkaar verhoord wordt.

Hoewel de NOvA reeds bij de totstandkoming van de richtlijn in 2013 heeft gewezen op de noodzaak van adequate financiering, is daarvan tot op heden nog geen sprake. De vergoeding zoals die vanaf vandaag zal gelden doet geenszins recht aan de situatie en is veel te laag in verhouding met de daadwerkelijke tijd die advocaten kwijt zijn aan het verlenen van deze specifieke vorm van rechtsbijstand. “Wanneer een adequate financiering ontbreekt komt het recht dat burgers hebben op de bijstand van een advocaat tijdens het verhoor ernstig onder druk te staan. Dat moet worden voorkomen.”, aldus de NOvA.

Conclusie

Wie kent het gezegde niet? “Al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding.”Laten we dan ook met zijn allen hopen dat het een en ander nog gewijzigd wordt, zodat de uitwerking van deze regels ook daadwerkelijk, zowel op papier als in de praktijk, naar binnen en naar buiten, positieve effecten heeft op onze strafrechtpraktijk. De NOvA heeft de Tweede Kamer in ieder geval bij brief d.d. 11 februari 2016 gevraagd om het Ontwerpbesluit niet in te voeren, althans grondig te herzien. Wij volgen de ontwikkelingen op de voet en houden u uiteraard op de hoogte.