https://www.douffetheuts.nl/opzetclausule-en-aansprakelijkheidsverzekering/n144c0
 
Opzetclausule en aansprakelijkheidsverzekering
18 april 2018
Douffet & Heuts
Op 13 april 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over de toepassing van de opzetclausule bij een aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren. De casus betrof een zeer triest geval.

Op 13 april 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over de toepassing van de opzetclausule bij een aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren. De casus betrof een zeer triest geval.aansprakelijkheid mishandeling opzet

In 2008 heeft een vader zijn vijf maanden oude baby door elkaar geschud. De baby liep, zoals te verwachten, blijvend hersenletsel op. Dit staat bekend als shaken baby syndroom. Blijvend letsel, de term zegt het al: een leven lang last van dit opgelopen letsel.

De vader is strafrechtelijk vervolgd, maar is door de rechtbank vrijgesproken voor poging tot doodslag en zware mishandeling. Uit een forensisch psychologisch onderzoek is gebleken dat de vader leed aan de stoornis van Asperger en wordt hij als sterk verminderd toerekeningsvatbaar geacht ten tijde van het feit.

In hoger beroep is de vader ook hiervoor vrijgesproken, maar het Openbaar Ministerie heeft aan de tenlastelegging nog toegevoegd: zwaar lichamelijk letsel door schuld. Het gerechtshof heeft de vader hiervoor wel veroordeeld omdat de vader – kort gezegd – aanmerkelijk onvoorzichtig is geweest, hij de gevolgen van zijn handelen redelijkerwijs kon en moest voorzien.

Het gerechtshof legt echter geen straf of maatregel op. De daad heeft bij de vader zelf ook ernstig persoonlijk leed toegebracht, hij heeft zich aangemeld voor behandeling, etc.

De moeder van het kind, die inmiddels was gescheiden van de vader, heeft hem vervolgens in een civiele zaak aansprakelijk gesteld en schadevergoeding gevorderd. Voor de vader, die niet in die procedure was verschenen, is onrechtmatig handelen, aansprakelijkheid en schadeplichtigheid onherroepelijk vast komen te staan. Het hof noch de Hoge Raad hoefden daarom hierover te oordelen.

In diezelfde zaak heeft de moeder ook een vordering ingesteld tegen de verzekeraar (Reaal). De wet geeft namelijk in geval van lichamelijk letsel waarvoor een ander aansprakelijk is, aan de benadeelde recht op rechtstreekse betaling van het bedrag dat de aansprakelijkheidsverzekeraar op grond van die verzekering verschuldigd is.

De zaak is daarom uiteindelijk bij de Hoge Raad beland. Reaal heeft immers wel verweer gevoerd en heeft zich beroepen op de standaard opzetclausule. De clausule houdt in dat de aansprakelijkheid van een verzekerde niet gedekt is indien hij de schade heeft veroorzaakt door een opzettelijke gedraging tegen een persoon of zaak. Volgens Reaal heeft de vader in kwestie een dergelijke opzettelijke gedraging getoond. Reaal is daarom van mening dat zij op grond van de opzetclausule in de verzekeringsovereenkomst geen uitkering verschuldigd is.

Zowel de rechtbank als het gerechtshof hebben het beroep op de opzetclausule verworpen. De gedraging was niet opzettelijk, mede of vooral gezien het gevolg.

Reaal gaat in cassatie, maar de Hoge Raad laat de uitkomst van de zaak in stand. Reaal is gehouden tot vergoeding van de schade uit hoofde van de aansprakelijkheidsverzekering.

Hoewel ook de Advocaat-Generaal concludeert tot verwerping van het cassatieberoep, lopen de opvattingen uiteen. De Advocaat-Generaal zet uiteen dat onder de huidige opzetclausule niet vallen gedragingen met voorwaardelijk opzet of culpoze delicten, gezien de historie van de clausule en de Toelichting van het Verbond van Verzekeraars. Is dit wel de bedoeling, dan moeten verzekeraars dit ondubbelzinnig tot uitdrukking brengen in de verzekeringsovereenkomst. Echter, de vraag is dan of daarmee de aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren niet oneigenlijk uitgehold zou worden. Gedragingen zijn veelal opzettelijk en veelal ook wederrechtelijk, reden waarom een dergelijke verzekering bestaat. Er moet toch gekeken worden naar de intentie.

De Hoge Raad daarentegen oordeelt dat het goed mogelijk is dat opzettelijke gedragingen, die aan iemands schuld zijn te wijten maar die geen intentie had om letsel te veroorzaken, vallen onder de opzetclausule en er geen dekking wordt verleend. Er zijn altijd wel objectieve maar zeker subjectieve omstandigheden die de beoordeling van een dergelijk geval compliceren.

Er wordt door de Hoge Raad dan ook gekozen voor een objectieve invulling als uitgangspunt. Is het resultaat daarvan dat de opzetclausule van toepassing is, dan kan pas daarna in het concrete geval rekening worden gehouden met de bijzondere omstandigheden.

Het opzettelijk karakter van de gedraging, moet bij toetsing aan de opzetclausule daarom uit de gedraging zelf worden geleid. Niet op de bedoeling van de uitvoerder van de gedraging. Dus is het in feite toegebrachte letsel of zaakschade volgens objectieve maatstaven een te verwachten of normaal gevolg, dan is de opzetclausule al van toepassing volgens de Hoge Raad. Dit lijkt een uitleg waardoor wel erg veel onder de opzetclausule kan vallen en dus geen dekking hoeft te worden verleend.

De Hoge Raad komt slachtoffers (en verzekerden) nog wel te hulp. Hij schetst de betekenis van de aansprakelijkheidsverzekering in het maatschappelijk verkeer, dat er ruimte moet zijn voor maatwerk en dat verzekeraars zelf aangeven dat de clausule redelijk moet worden toegepast. Zo niet, dan wordt slachtofferbescherming, dat de laatste jaren veel aandacht krijgt, een illusie.

Toepassend op de casus, geeft de Hoge Raad aan dat de gedraging van de vader, het schudden van de baby, objectief gezien was gericht op het toebrengen van letsel. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat het schudden van een baby letsel bij die baby veroorzaakt. Of hij dat deed met de intentie om de baby te schaden of om hem slechts stil te krijgen uit wanhoop of onmacht, maakt voor die beoordeling niets uit.

Echter, de toepassing van de opzetclausule in deze casus zou tot een onredelijk en niet maatschappelijk aanvaardbaar resultaat leiden. De subjectieve omstandigheden die tot dit oordeel leiden: de vader had slechts de intentie het huilen van de baby te stoppen, hij besefte niet (meteen) het onaanvaardbare van zijn gedraging, hij hield gelijk op toen hij dat besef wel kreeg, riep gelijk medische hulp in, hij was sterk verminderd toerekeningsvatbaar, etc. Ongetwijfeld zal toch ook een rol hebben gespeeld de ernstige gevolgen voor het kind in kwestie en de moeder, die de zorg over het kind heeft, alsmede het wrange dat dit een weerloos kind is aangedaan door zijn eigen vader. Kortom, toch moet Reaal dekking verlenen.

De Hoge Raad komt dan ook tot dezelfde conclusie als de rechtbank, het hof en de Advocaat-Generaal, maar dan wel op andere wijze!

Men kan zich afvragen of dit arrest van de Hoge Raad, waarin hij heeft getracht duidelijkheid te scheppen voor de praktijk en voor de lagere rechtspraak, daadwerkelijk tot duidelijkheid leidt. Er blijft immers discussie mogelijk, nu er (terecht) een subjectieve toets is blijven bestaan. Wellicht nog meer discussie dan voorheen zelfs, omdat het erop lijkt dat de uitleg van de Hoge Raad strekt tot snellere toepassing van de opzetclausule bij aansprakelijkheidsverzekeringen. Slachtoffers hebben dan nog één uitweg wanneer de dader zelf geen verhaal biedt; betogen en onderbouwen dat de omstandigheden van het geval zodanig bijzonder zijn dat toepassing van de opzetclausule niet tot een redelijk en maatschappelijk aanvaardbaar resultaat leidt.