https://www.douffetheuts.nl/wijziging-eigen-bijdrage-en-het-einde-van-afkoop-regresrecht-wmo/n153c0
 
Er treden een tweetal wijzigingen in per 1 januari 2019 op het gebied van langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning. Een wijziging heeft direct gevolg voor letselschadeslachtoffers, de andere wijziging kan indirect van invloed zijn.
wijziging-eigen-bijdrage-en-het-einde-van-afkoop-regresrecht-wmo

Er treden een tweetal wijzigingen in per 1 januari 2019 op het gebied van langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning. Een wijziging heeft direct gevolg voor letselschadeslachtoffers, de andere wijziging kan indirect van invloed zijn.

De eerste wijziging is vrij duidelijk. In het regeerakkoord is afgesproken dat voor Wmo-voorzieningen de eigen bijdrage zal worden verlaagd. De hoogte van de eigen bijdrage zal dan niet meer worden gebaseerd op het inkomen en/of vermogen van de persoon in kwestie. De bijdrage wordt gefixeerd op € 17,50 per periodebijdrage en wordt gezien als een soort abonnementstarief.

Deze vorm van heffing vereist een wetswijziging zodat het eigenlijk pas per 1 januari 2020 zou kunnen ingaan. De ministerraad heeft echter ingestemd met een algemene maatregel van bestuur om de wijziging al per 1 januari 2019 mogelijk te maken. Daar wordt het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 voor gewijzigd. Het advies van De Raad van State van 8 november 2018 luidt zonder meer instemmend. Hoewel krap, is het dus wel mogelijk dat de AMvB per 1 januari 2019 in werking treedt.

De afschaffing van de inkomensafhankelijke bijdrage zal tot een lastenverlichting leiden voor personen met één of meer maatwerkvoorzieningen uit de Wmo. Personen die gebruik maken van beschermd wonen en maatschappelijke opvang blijven een inkomensafhankelijke eigen bijdrage betalen. Voor niet AOW-gerechtigde meerpersoonshuishoudens wordt de eigen bijdrage zelfs op nihil gesteld.

Bij letselschadeschadeslachtoffers kan dit betekenen dat ook de aansprakelijke partij hiervan profiteert. Normaliter betreft deze eigen bijdrage immers ook een schadepost. Deze wordt aanzienlijk lager of nihil. Het iteratie effect – schade wordt hoger door eigen bijdrage, hogere schadevergoeding wordt  meegenomen bij de vaststelling van de te betalen eigen bijdrage, daardoor gaat de eigen bijdrage omhoog, vervolgens gaat daardoor het schadebedrag weer omhoog, etc. – zal begrensd kunnen worden.

Dat kan voor verzekeraars een oplossing zijn. Tot nu toe kunnen slachtoffers enkel om vrijstelling van het vermogen vragen, indien de letselschadevergoeding vóór 11 oktober 2010 is toegekend. Andere uitkeringen na 11 oktober 2010 worden vrijgesteld, maar dit zijn uitkeringen uit hoofde van andere voorzieningen en geen uitkeringen van aansprakelijkheidsverzekeraars. Het iteratie effect dat nu nog speelt, kost veel geld terwijl het slachtoffer er niet beter van wordt.

Aan de andere kant komt er meer werk voor verzekeraars en gemeentes, in verband met de tweede wijziging. Het Verbond van Verzekeraars heeft besloten om geen convenant Wmo af te sluiten vanaf 1 januari 2019.

Dit is een koerswijziging sinds de Wmo 2015. Gemeenten en het Verbond  van Verzekeraars sloten toen een convenant (voor 2017-2018 is een gewijzigd convenant gesloten), waarbij het regresrecht van gemeenten op verzekeraars werd afgekocht door de verzekeraars. Een van de voornaamste redenen was om de regeldruk bij beide partijen te voorkomen.

Slachtoffers zijn feitelijk geen partij bij dat convenant. Kunnen zij dan verplicht worden om zich eerst te wenden tot de gemeente in het kader van de Wmo alvorens zich te wenden tot de aansprakelijke verzekeringsmaatschappij? Het antwoord daarop uit het door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten ingewonnen advies: nee. Dit betekent dat slachtoffers zich voor de nodige Wmo-voorzieningen zich zowel tot de aansprakelijkheidsverzekeraars als tot de gemeente kunnen wenden, hetgeen in de praktijk altijd al een afweging is geweest.

Een ander probleem betreft het uitwisselen van persoonsgegevens tussen de gemeente en verzekeraar ter voorkoming van het dubbel verstrekken van voorzieningen. Uit datzelfde advies blijkt dat uitwisseling van persoonsgegevens, ondanks toestemming van de persoon in kwestie, niet mogelijk is.

Zicht op en voorkoming van dubbele compensatie door gemeente en verzekeraar is dan niet mogelijk, zodat de meerderheid van de leden van het Verbond van Verzekeraars geen voortzetting van een overeenkomst voor afkoop van het regresrecht wenste.

Dit betekent dat voor slachtoffers van ongevallen die plaatsvinden na 1 januari 2019, waarvoor een derde aansprakelijk is en waarvoor de gemeente op grond van de Wmo voorzieningen treft, de gemeente dit steeds zelf moet verhalen bij de aansprakelijkheidsverzekeraars.

Nu zal het letselschadeslachtoffer daar vrij weinig van merken. In de praktijk wordt vaak pragmatisch omgegaan met het al dan niet een beroep doen op de gemeente in het kader van de Wmo. Het traject duurt lang, de meest minimale voorzieningen worden vergoed en vaak heeft een slachtoffer al voldoende aan zijn hoofd. Het inschakelen van zorgschadedeskundige kan wel uitkomst bieden, maar het blijft uiteindelijk de keuze van het slachtoffer.

Het is voor een slachtoffer, althans diens advocaat, echter wel noodzakelijk om er alert op te zijn dat bepaalde keuzes van invloed kunnen zijn op (toekomstige) aanspraken op grond van de Wmo. Bepaalde vormen van zorg en begeleiding of een noodzakelijke verhuizing naar een aangepaste woning zijn niet te realiseren zonder een Wmo-indicatie. Ten slotte, als een aansprakelijkheidsverzekeraar bij de afwikkeling van een zaak uit beeld is en er wordt dan een beroep gedaan op de Wmo: wordt een aanvraag dan goedgekeurd? Zo veel mogelijk meenemen in de schadevergoeding zou dan het devies zijn alsmede het kritisch beoordelen van besluiten van de gemeente op de Wmo-aanvraag.

 

Hebt verkeersongeval of een bedrijfsongeval meegemaakt? Anderzins letselschade opgelopen? Neem vrijblijvend contact met ons op!