https://www.douffetheuts.nl/update-kinderalimentatie/n122c0
 
Update kinderalimentatie
1 december 2013
Douffet & Heuts
Het gerechtshof Den Haag heeft op 13 november 2013 een belangrijke uitspraak gedaan over kinderalimentatie en de aanvaardbaarheids-toets.

Update kinderalimentatie

Het gerechtshof Den Haag heeft op 13 november 2013 een belangrijke uitspraak gedaan over kinderalimentatie en de aanvaardbaarheids-toets. Een uitspraak die veel onduidelijkheid en gevoelens van onrechtvaardigheid kan wegnemen. Deze uitspraak is gepubliceerd op 21 november 2013, één dag na publicatie van ons artikel “Kinderalimentatie en de aanvaardbaarheidstoets” op onze website.

Het Gerechtshof Den Haag grijpt in en maakt een eind aan het waarschijnlijk onbedoeld maar averechts affect van de nieuwe Tremanormen van de Werkgroep Alimentatienormen. Zoals in ons artikel van 20 november 2013 uiteengezet, is het draagkrachtloos inkomen van een alimentatieplichtige vaak genoeg lager dan de forfaitaire vaststelling. Is het dan nog redelijk om vast te houden aan de forfaitaire normen, terwijl er eigenlijk meer draagkracht zou zijn voor kinderalimentatie?

De uitspraak van de Rechtbank Limburg van 3 juli 2013 liet al zien dat enige soepelheid met betrekking tot de forfaitaire normen mogelijk is. Aan de andere kant heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in haar uitspraak van 10 september 2013 star vastgehouden aan de forfaitaire formule ter berekening van het draagkrachtloos inkomen ten behoeve van de kinderalimentatie. In die zaak heeft dit ertoe geleid dat de forfaitaire woonlasten van de man bij de vaststelling van de kinderalimentatie hoger waren dan de werkelijke woonlasten van man bij de berekening van zijn draagkracht ten behoeve van de partneralimentatie.

Het gerechtshof Den Haag erkent echter dit probleem en zet daarvoor de forfaitaire formule opzij. Het hof overweegt: “Gezien het belang van een kind bij een onderhoudsbijdrage, brengt dat naar het oordeel van het hof met zich dat indien de feitelijke (woon)lasten van de onderhoudsplichtige zodanig lager zijn dan de forfaitaire norm, zoals in de onderhavige zaak, deze lagere lasten dienen te prevaleren boven de forfaitaire norm. Beroep op de onaanvaardbaarheidstoets.”

In die zaak had de man werkelijke woonlasten van € 850,--. Volgens de forfaitaire formule zou rekening moeten worden gehouden met woonlasten van € 1.347,--. Een verschil derhalve van bijna € 500,-- dat in het nadeel van de kinderalimentatie zou worden meegeteld. Het hof acht dit niet redelijk en laat het belang van kinderen aan een onderhoudsbijdrage prevaleren.

Hulde aan het hof Den Haag. Het is te hopen dat meer rechters deze trend volgen en de ogen openen voor de averechtse affecten van de nieuwe Tremanormen.

De uitspraak en de vele kritiek stelt natuurlijk ook de houdbaarheid van deze normen aan de kaak. Het zal bovendien, zoals in ons eerder artikel al vastgesteld, leiden tot het steeds meer toespitsen van de alimentatieberekening per geval, zodat qua vereenvoudiging en uniformering van de kinderalimentatie de Werkgroep Alimentatienormen zijn doel voorbij schiet.