https://www.douffetheuts.nl/kindgebonden-budget-en-alimentatie-alweer/n64c0
 
Kindgebonden budget en alimentatie (alweer)
1 juli 2017
Douffet & Heuts
Het kindgebonden budget bij alimentatie blijft interessant. In oktober 2015 heeft de Hoge Raad duidelijk gemaakt dat bij de berekening..

Kindgebonden budget en alimentatie (alweer)

Het kindgebonden budget bij alimentatie blijft interessant. In oktober 2015 heeft de Hoge Raad duidelijk gemaakt dat bij de berekening van kinderalimentatie het kindgebonden budget en alleenstaande ouderkop bij het inkomen van de alimentatiegerechtigde moet worden opgeteld. Op de prejudiciële vraag hoe dat nu zit bij de berekening van partneralimentatie heeft de Hoge Raad op 7 juli jl. geantwoord.

De Hoge Raad geeft aan dat het kindgebonden budget een inkomensafhankelijke regeling is als bedoeld in art. 1 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir). Het is een subsidie, een overheidsbijdrage voor (alleenstaande) ouders met een of meer kinderen. Voor bepaling van de aanspraak en hoogte van het kindgebonden budget wordt het toetsingsinkomen (als bedoeld in art. 8 Awir) van de belanghebbende en dat van zijn eventuele partner in aanmerking genomen. Tot dit inkomen wordt ook partneralimentatie gerekend.

Dit heeft als gevolg: hoe hoger de ontvangen partneralimentatie, hoe lager het kindgebonden budget. Zo wordt duidelijk dat het slechts een bijdrage betreft. Immers, heb je zelf meer inkomen, dan kom je niet of voor minder in aanmerking voor een overheidssubsidie. Wordt bij de berekening van partneralimentatie het kindgebonden budget tot inkomen gebombardeerd, dan neemt de behoefte tot partneralimentatie af. Dat is niet de bedoeling volgens de Hoge Raad. Scherper gesteld: je kunt niet ontkomen aan je partneralimentatieverplichting door de overheid hiervoor te laten opdraaien.

Bovendien, het kindgebonden budget kan geen dubbele functie hebben: bestrijden van de kosten van de kinderen EN bestrijden van de eigen kosten. Omgekeerd is dit ook het geval. Als de betaler van partneralimentatie (ook) kindgebonden budget ontvangt vanwege inwonende kinderen, dan wordt dit niet opgeteld bij zijn/haar inkomen.

De Hoge Raad maakt duidelijk dat dit de werkwijze is, óók wanneer het te ontvangen kindgebonden budget hoger is dan het eigen aandeel van de ontvangende ouder. Want, zowel de kosten van kinderen, als het aandeel van ouders daarin worden forfaitair vastgesteld terwijl de werkelijke kosten hoger kunnen zijn. De subsidie is dus om echt alleen aan de kinderen te besteden.

Ook merkt de Hoge Raad nog op dat het fout is om bij een jusvergelijking (berekening waarin hetgeen de ontvanger en betaler elk overhouden, wordt vergeleken zodat de een niet gunstiger uitkomt dan de ander) wel weer het kindgebonden budget bij het inkomen van de alimentatiegerechtigde te rekenen. Dit kan tot gevolg hebben dat de partneralimentatie naar beneden wordt gesteld. Zo strekt het kindgebonden budget alsnog ten voordele van de betaler en is daarmee in strijd met de strekking van het kindgebonden budget. Niet doen dus.

Overigens wordt deze manier van jusvergelijken (nog) wel aanbevolen door de Expertgroep Alimentatienormen, hetgeen van meet af aan eigenlijk onjuist was. Het kindgebonden budget en alleenstaande ouderkop is immers geen fiscaal voordeel maar een subsidie, een toeslag. De verwachting is dat de Alimentatienormen worden aangepast naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad.

Kortom: Het kindgebonden budget is een overheidsbijdrage van aanvullende aard. Door dat aanvullend karakter moet die bijdrage buiten beschouwing worden gelaten bij het vaststellen van de behoefte van de alimentatiegerechtigde aan een uitkering tot levensonderhoud op de voet van art. 1:157 BW (partneralimentatie).

De uitspraak is hier te vinden. En een advocaat gespecialiseerd in alimentatie hier.