https://www.douffetheuts.nl/het-wraken-van-een-rechter-ex-art-36-en-37-rv/n110c0
 
De rechtspraak hoort onafhankelijk, integer en vooral onpartijdig te zijn. Daarenboven wordt van de rechtspraak maatschappelijke betrokkenheid verwacht

Het wraken van een rechter ex art. 36 en 37 Rv

De rechtspraak hoort onafhankelijk, integer en vooral onpartijdig te zijn. Daarenboven wordt van de rechtspraak maatschappelijke betrokkenheid verwacht. Hoewel de scheidingslijn tussen deze idealen dun is (niemand is namelijk vrij van persoonlijke opvattingen), tracht een rechter hierin de balans te houden en zo professioneel mogelijk te handelen.

Op het moment dat u verwikkeld bent in een gerechtelijke procedure (ofwel als verdachte, ofwel als civiele procespartij) en u het vermoeden heeft van vooringenomenheid of onpartijdigheid van de rechter, dan kunt u de rechtbank vragen om een andere rechter aan te stellen die de zaak verder zal behandelen. Dit noemt men een wrakingsprocedure. Wraking is dus het middel dat door partijen kan worden ingezet om het hen toekomende recht op rechterlijke onpartijdigheid af te dwingen.

Op het moment dat u een rechter wraakt dient u dit wel voldoende te motiveren. Bovendien dient het wrakingsverzoek te worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden met betrekking tot de eventuele onpartijdigheid aan u bekend zijn geworden. De wrakingskamer, bestaande uit drie door het bestuur van de rechtbank aangewezen rechters, behandelt het wrakingsverzoek en geeft de gewraakte rechter en u de gelegenheid uw standpunt toe te lichten. Binnen twee weken dient de wrakingskamer uitspraak te doen, hetgeen ook een definitieve uitspraak is. Hoger beroep is niet mogelijk.

Een wrakingsverzoek wordt niet vaak gedaan, doch Douffet Heuts Advocaten had hier onlangs in de praktijk mee te maken. Het betrof een rechtszaak met vier procespartijen die ter zitting allen bijeen werden geroepen voor de mondelinge behandeling. Tijdens de zitting ontstond een ietwat ontspannen sfeer, hetgeen vaker het geval is bij kantonzaken waar partijen persoonlijk (en niet verplicht door tussenkomst van een advocaat) hun verhaal mogen doen. Een van de partijen voelde zich niet serieus genomen door bepaalde uitlatingen van de rechter en de gang van zaken tijdens de zitting en heeft daarop de rechter gewraakt.

De rechter heeft daarop medegedeeld dat een dergelijke sfeer er doorgaans voor zorgt dat partijen zich op hun gemak voelen om naar eigen goeddunken te kunnen zeggen wat ze willen en dat dit nimmer betekent dat de rechtsprekende taken lichtzinnig worden opgevat of partijen niet serieus worden genomen door de rechtbank. De wrakingskamer heeft de partij in kwestie echter niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek, omdat hij er een week over had gedaan om het verzoek in te dienen. Zulks terwijl dit in principe onverwijld dient te gebeuren.

Tot een inhoudelijk oordeel van de wrakingskamer is het dus – helaas – nimmer gekomen. En hoewel de gewraakte rechter in deze de behandeling van de zaak dus kon en mocht voortzetten, heeft hij er zelf voor gekozen zulks niet te doen. Hij voelde zich “niet meer vrij om onbevangen over de zaak en de processuele handelingen te oordelen en te beslissen”. De kwestie zal in het vervolg dus door een andere rechter worden behandeld.

Bovenstaand praktijkvoorbeeld maakt in ieder geval duidelijk dat niet alleen een rechter uiterst prudent om moet gaan met gerechtelijke procedures. Ook procespartijen dienen niet lichtzinnig om te gaan met de middelen die hen ter beschikking staan gedurende een procedure. Een wrakingsverzoek vertraagt immers de inhoudelijke behandeling van een rechtszaak. De partij in kwestie heeft ondanks de niet-ontvankelijkheid wel zijn zin gekregen. Het zal zich uitwijzen of hij daardoor in zijn ogen een beter vonnis krijgt. Zijn toelichting ter zitting is immers wel genoteerd door de griffier, maar deze aantekeningen kunnen nimmer dermate compleet zijn dat de volgende rechter informatie heeft als ware hij zelf aanwezig bij de zitting geweest.