https://www.douffetheuts.nl/growshopverbod/n77c0
 
Growshopverbod?
1 mei 2016
Douffet & Heuts
De Opiumwet heeft als doel het gebruik van opium en andere verdovende middelen in te perken.

Growshopverbod?

Opiumwet

De Opiumwet heeft als doel het gebruik van opium en andere verdovende middelen in te perken. De artikelen in deze wet regelen de overheidscontrole op de handel in- en productie van verdovende middelen en dienen te waarborgen dat deze middelen enkel voor medische of wetenschappelijke doelen gebruikt mogen worden.

Growshops

In Nederland geldt een gedoogbeleid voor de verkoop van softdrugs (hennep/cannabis) in coffeeshops. Naast coffeeshops bestaan er ook zogenaamde growshops, winkels in benodigdheden voor het kweken van diverse gewassen en planten. Hoewel growshops niet per definitie illegale activiteiten verrichten, is gebleken dat de afgelopen jaren een groeiend aantal growshops zich is gaan richten op handelingen ter voorbereiding of vergemakkelijking van illegale hennepteelt. In dat opzicht maken growshops het de  zogenoemde “thuiskwekers” een stuk gemakkelijker. De afgelopen jaren is de hennepteelt dan ook omvangrijk, bedrijfsmatig en zelfs professioneel geworden. Er is sprake van georganiseerde criminaliteit en daardoor wordt het doel van de Opiumwet uiteraard ook ondermijnd.

Wijziging Opiumwet: ook voorbereiden is strafbaar

Op 1 maart 2015 is artikel 11a van de Opiumwet gewijzigd om zodoende de “facilitators” van illegale hennepteelt tegen te gaan en de georganiseerde criminaliteit terug te dringen. Op basis van de oude wetgeving was het pas mogelijk om strafrechtelijk in te grijpen op het moment dat het kwaad eigenlijk al was geschied. Eerst nadat bijvoorbeeld een kwekerij was ontdekt, kon men overgaan tot vervolging. Het is echter goed mogelijk dat al vóór die tijd was geoogst en was verhandeld. En denkt u ook eens aan het brand- en ontploffingsgevaar dat met het telen van hennep gepaard gaat. Allemaal mogelijke uitkomsten die vóór de invoering van het nieuwe artikel 11a niet door het OM en de politie konden worden bestreden.  

Met de wijziging van de Opiumwet is thans ook de voorbereiding van hennepteelt strafbaar gesteld, indien ten behoeve van de grootschalige of bedrijfs- of beroepsmatige hennepteelt. En onder voorbereiding van hennepteelt wordt haast alles verstaan: bereiden, bewerken, verwerken. Maar ook: te koop aanbieden (van bijvoorbeeld lampen en voedingsstoffen) en verkopen, vervaardigen en voorhanden hebben. En wat dacht u van het vervoeren van spullen die bestemd zijn voor hennepteelt? Juist, ook strafbaar. Zelfs indien deze spullen niet voor eigen gebruik bestemd zijn.

Gevolgen voor growshops

Aan het begin van dit artikel is al uitgelegd wat een growshop precies is: in feite niets meer (of minder) dan een winkel die doodgewone, alledaagse producten verkoopt. Denk hierbij aan ventilators, gieters, voedingsproducten, kweekbakken etc. Al deze producten kunnen prima bestemd zijn voor hobbykwekers van planten, bloemen en gewassen. De verkoop van dergelijke producten is, na invoering van artikel 11a Opiumwet, dan ook niet strafbaar. Het wordt echter een ander verhaal als het gebruik van deze, door growshops verkochte, producten is gericht op het telen van hennep.

Wij horen u denken: het verkopen an sich is dan misschien niet strafbaar, maar op het moment dat het gekocht wordt om hennep te telen, gaat men als growshop alsnog de mist in. En hoe wil deze nu op voorhand weten dat hennepeelt de door de klant beoogde eindbestemming is?

Op de vraag hoe een growshop per definitie legaal kan voortbestaan na de wetswijziging zijn geen pasklare antwoorden te bedenken. Mochten politie en justitie vermoeden dat producten voor grootschalige en/of bedrijfs- of beroepsmatige hennepteelt gebruikt gaan worden, zal de betrokken growshop in ieder geval moeten kunnen aantonen dat vóór verkoop het een en ander is onderzocht en dat er geen ernstige reden was om te vermoeden dat de producten aangewend zouden worden voor de illegale productie en/of handel van verdovende middelen. Dat vermoeden kan overigens al gebaseerd worden op de omstandigheden waaronder de koop is gedaan, de persoon aan wie is verkocht of is geleverd en de plaats waar dat is gebeurd. Het is dus zaak dat growshops hun onderzoeksplicht serieus nemen. En wellicht biedt een naamswijziging uitkomst, in ieder geval om consumenten op voorhand al mede te delen dat producten enkel worden verkocht aan hobbykwekers. Zo wijzigde EU Growshop haar naam inmiddels al in EU Gardencenter en ontdeed zich daarmee van het negatieve denkbeeld dat de term “growshop” met zich mee kan brengen.   

Daadwerkelijk verbod?

Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat van een echt growshopverbod (nog) geen sprake is. Immers, zolang er geen criminele intentie is te bespeuren bij de growshophouder of klanten, kunnen de activiteiten worden voortgezet.

Jurisprudentie

Hoe streng men in de praktijk optreedt als blijkt dat er wel degelijk sprake is van voorbereiding of vergemakkelijking van illegale hennepteelt, blijkt wel uit een zeer recente uitspraak van de rechtbank Maastricht van 22 maart 2016. De rechtbank achtte bewezen dat de verdachte stoffen en voorwerpen te koop had aangeboden en voorhanden had gehad, waarvan hij wist dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11 Opiumwet strafbaar gestelde feiten. De verdachte werd dan ook veroordeelt tot een gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaren. Een geluk bij een ongeluk: omdat de verdachte inmiddels zijn illegale (bedrijfs)activiteiten had gestaakt en op zijn strafblad geen andere Opiumwet gerelateerde feiten prijkten, werd zijn gevangenisstraf voorwaardelijk opgelegd. De rechtbank oordeelde dat een dergelijke straf “een duidelijk signaal voor verdachte en anderen is om af te zien van het handelen in strijd met het nieuwe artikel 11a van de Opiumwet.”

Dat een dergelijke strafzaak ook heel anders kan uitpakken blijkt wel uit een andere zeer recente uitspraak van de rechtbank Maastricht van dezelfde datum. Hierbij ging het om een verdachte uit Heerlen, waarbij de politie in september 2015 in een aantal garageboxen allerlei goederen aantrof, waaronder waterpompen, bestrijdingsmiddelen, koolstoffilters etc. Hoewel de verdachte eigenaar was van een bedrijf dat gericht is op de export van tuinbouwbenodigheden en deze goederen derhalve net zo goed tot de inventaris van dat bedrijf konden horen, achtte de officier van justitie het bewezen dat de verdachte goederen bestemd tot het plegen van strafbare feiten als bedoeld in artikel 11 Opiumwet voorhanden had. De officier van justitie wees hierbij onder andere op de grote hoeveelheid goederen en de vindplaats van de goederen (“verstopt” in een garagebox). De rechtbank ging hier echter niet in mee en sprak de verdachte vrij. Daartoe stelde de rechtbank dat de combinatie van goederen inderdaad zou kunnen duiden op goederen die in de hennepteelt gebruikt worden, maar dat de criminele intentie van de verdachte tevens aanwezig moest zijn, hetgeen in dit geval niet bewezen kon worden.