https://www.douffetheuts.nl/gemeente-sittard-geleen-en-hondenbelasting/n129c0
 
Gemeente Sittard-Geleen en hondenbelasting
1 oktober 2013
Douffet & Heuts
Gemeente Sittard-Geleen heft belasting voor het houden van een hond. Dit is algemeen bekend. Die heffing volgt uit de Verordening hondenbelasting 2010 van de gemeente Sittard-Geleen.
gemeente-sittard-geleen-en-hondenbelasting

Gemeente Sittard-Geleen en hondenbelasting

Gemeente Sittard-Geleen heft belasting voor het houden van een hond. Dit is algemeen bekend. Die heffing volgt uit de Verordening hondenbelasting 2010 van de gemeente Sittard-Geleen. Die verordening is gebaseerd op artikel 226 Gemeentewet. Toch heeft een inwoner van de gemeente geprobeerd om de heffing van de hondenbelasting ongedaan te maken. Overigens heeft zij tegen meerdere besluiten van gemeente bezwaar ingesteld.

De belanghebbende, de inwoner van de gemeente Sittard-Geleen, heeft tot het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch moeten procederen om in het gelijk te worden gesteld. De belanghebbende deed een beroep op schending van het gelijkheidsbeginsel voortvloeiende uit artikel 1 Grondwet. Zij vond het niet juist dat er met de belastingheffing een onderscheid wordt gemaakt tussen hondenbezitters en niet-hondenbezitters.

Met haar vond het hof dat uit de parlementaire geschiedenis van artikel 226 Gemeentewet en uit de mededelingen van de heffingsambtenaar ter zitting blijkt, dat er geen objectieve en redelijke grond is om deze belasting alleen van hondenbezitters te heffen. De heffingsambtenaar bevestigde immers ter zitting dat de hondenbelasting, zoals neergelegd in de Verordening, is gericht op het verkrijgen van algemene middelen voor de gemeente en dat de kosten verbonden aan het hondenbezit niet van wezenlijke betekenis zijn geweest voor het invoeren van die belasting. Uit de parlementaire geschiedenis van artikel 226 Gemeentewet blijkt ook dat de hondenbelasting steeds meer (en slechts) dient ter verkrijging van inkomsten.

Het hof vond overigens wel dat het heffen van hondenbelasting is toegestaan, ook al wordt niet de volledige opbrengst besteed aan het bestrijden van vervuiling door honden in de gemeente, maar dan dienen deze kosten wel wezenlijk te zijn om tot heffing van de belasting over te gaan en moet de hoogte van de belasting daarop zijn afgestemd. Nu daar geen sprake van is, heeft het hof de aanslag hondenbelasting van de belanghebbende vernietigd.

De gemeente Sittard-Geleen heeft cassatie ingesteld. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie van de gemeente gegrond verklaard en de uitspraak van het hof vernietigd in zijn uitspraak van 18-10-2013. De Hoge Raad oordeelde dat de gemeente Sittard-Geleen de hondenbelasting mag heffen, simpelweg omdat die bevoegdheid is opgenomen in de wet, te weten artikel 226 Gemeentewet. Het was het hof dan ook niet toegestaan om die bevoegdheid te toetsen aan artikel 1 Grondwet, vanwege artikel 120 Grondwet. Hierin is opgenomen dat de rechter niet in de beoordeling mag treden van de grondwettigheid van wetten en verdragen. Dit om de scheiding der wetgevende en rechtsprekende macht te garanderen. Wel mogen wetten getoetst worden aan het IVBPR en het EVRM, maar fiscaal gezien hebben wetgevers een ruime beoordelingsvrijheid.

De Hoge Raad oordeelde voorts dat het een redelijke veronderstelling is van de wetgever dat gemeentes in het algemeen kosten zullen maken ter bestrijding van bevuiling van openbare wegen en plaatsen door honden. Hoewel de heffing ook dient tot inkomstenwerving van de gemeente, maakt niet dat de gemeente daadwerkelijk die kosten dient te beramen voor honden binnen haar gemeente in het algemeen of de kosten voor de individuele hondenbezitter.

Een juridisch correcte uitspraak van de Hoge Raad. Toch lijkt het lopen op de stoepen van de gemeente Sittard-Geleen soms een slalom tussen de hondendrollen.